De rijke man en Lazarus

De rijke man en Lazarus

21 juli 2019 0 Door Marcel

Jezus vertelt in Lukas 16:19-31 een gelijkenis over twee mannen. De ene man is rijk de andere is arm. De arme man zat onder de zweren en lag voor de poort van de rijke man. Allebei sterven ze, de arme man wordt in de “schoot/boezem van Abraham” gelegd, de rijke man ontwaakt in Hades, waar hij pijn lijdt. Hij ziet Lazarus in de schoot van Abraham vraagt aan Abraham of hij Lazarus wil sturen om heb een beetje water te geven, want de vlam waar hij in verkeert is pijnlijk. Abraham maakt duidelijk dat de rollen zijn omgedraaid en dat het onmogelijk is water te geven, want er is een grote kloof tussen de twee. Ze kunnen niet bij elkaar komen. De rijke man vraagt aan of hij Lazarus wil sturen naar zijn broers om hen te waarschuwen. Hij krijgt het antwoord dat ze hem toch niet zullen geloven, ze hebben Mozes en de profeten ook niet geloofd.  

Om direct duidelijk te zijn: het verhaal gaat niet over de uitleg hoe hemel en hel eruit zien, noch hoe de ervaring zal zijn. Als dit wel het geval was, dan kon Lazarus ook de rijke man zien. Dan zouden we onze geliefden die in de hel verbleven konden zien, dat was pas een hel geweest. Het verhaal gaat ook niet over een aanname dat rijke mensen in hel komen en arme mensen in de hemel, we worden toch immers gered door het geloof en niet naar onze portemonnee? Anders zouden we al onze bezittingen nu weg moeten doen, want dan komen we niet in de hel. (De “hel” in dit verhaal is trouwens niet Gehenna, maar Hades. Dan klopt het sowieso niet.) Ook wordt er nergens gezegd dat de rijke man een zondaar is, want het verhaal vertelt toch dat hij daar zit, omdat hij een leuk leven heeft geleid.

Aangezien het een gelijkenis is, moeten we niet gelijk kijken naar het ogenschijnlijke verhaal. Er is veel beeldspraak in verwerkt.

De rijke man

De man roept Abraham aan als “vader Abraham,” Abraham reageert met “zoon.” De rijke man moet duidelijk een jood voorstellen. De Joden, de Farizeeën in deze setting, roemden om het feit dat ze van Abraham afstamden. Dit is een tegenstelling op wat Johannes en Paulus ons leren. (Matteüs 3:9, Romeinen 9:7 (a) en Galaten 3:7) Ze vierden een feestlijk leven, zaten vooraan in de synagoge, voelden zich verhoogd en belangrijk. Terwijl de Joden, in Abrahams voetsporen, een zegen voor alle volken zouden moeten zijn.

De man is rijk en is gekleed in purper en zeer fijn linnen. Purper laat zien dat het een man met hoog aanzien was, koninklijk, Juda was de koninklijke stam. Juda had ook de priesters (2 Kronieken 11:13-17) vandaar het fijne linnen. Eigenlijk was het hele koninkrijk opgeroepen priesters te zijn. (Exodus 19:6) De rijke man had 5 broers, Juda had ook 5 broers: Ruben, Simeon, Levi, Issaschar en Zebulon. Jezus spreekt de Joden, vooral de Farizeeën, hier persoonlijk aan op hun achtergrond, het werd een persoonlijk verhaal.

Lazarus

Wie staat er tegenover de Joden? Je raadt het al, de heiden. Lazarus werd bij de poort neer gelegd om te kunnen bedelen, hij was waarschijnlijk melaats en werd gelikt door (onreine) honden. Lazarus werd gezien zoals ze keken naar een heiden, gezien als een hond.

Waarom heet de man Lazarus? Had Jezus geen andere naam kunnen verzinnen? Lazarus is de Griekse variant van Eleazar, wat ook betekent: hij die God helpt, met “God” als onderwerp. Deze man heeft Gods hulp nodig. De Joden zouden de zegen van God tot de volken moeten zijn.

De dood

Wat meteen opvalt, is dat Lazarus de boezem van Abraham wordt in gedragen door engelen, maar de rijke man wordt eerst nadat hij sterft begraven. Lazarus kreeg niet eens een begrafenis, maar uiteindelijk maakt dat niet uit. De rijke man heeft de arme Lazarus geen zegen gebracht, nu zijn de rollen omgedraaid. God heeft het heft in eigen handen genomen. Zoals de engel hier Lazarus meeneemt, zo neemt God de heidenen tot zich waar de Joden zich niet over hebben ontfermd. De toegang tot het Koninkrijk komt niet meer door de Joden, maar door Gods gezonden redder, Jezus.

Het is een eeuwigheidskwestie, keuzes die je maakt zullen grote gevolgen hebben, onomkeerbaar. Een feestelijk leven werd door de rijke man gekozen, maar zag niet om naar de bedelaar. De vrome en rijke Juda heeft Mozes en de profeten gekregen om naar te luisteren, die hebben hij en zijn broers niet geloofd. De heidenen mogen nu deelnemen in het Koninkrijk. Ieder die gelooft, mag nu tot God komen, ook de heidenen, door Jezus.